Menu
Breadcrumb

Doelstellingen ter verbetering van de waterkwaliteit

  • Blijvend voldoen aan de ICBR-doelstellingen en de milieukwaliteitsnormen/-eisen voor alle voor de Rijn relevante stoffen in water, zwevend stof, sediment en organismen.
  • Beëindiging of geleidelijke stopzetting van lozingen, emissies en verliezen van prioritaire gevaarlijke stoffen uit de KRW.
  • Geleidelijke reductie van lozingen, emissies en verliezen van prioritaire stoffen van de KRW.
  • Verdere reductie van lozingen, emissies en verliezen van prioritaire OSPAR-stoffen totdat voor van nature voorkomende stoffen concentraties worden bereikt die in de buurt liggen van de achtergrondwaarden en voor industrieel vervaardigde, synthetische stoffen concentraties worden bereikt in de buurt van nul, een en ander conform de door OSPAR besloten en in de Sintra-verklaring geformuleerde doelen voor de bescherming van het mariene milieu.
  • De waterkwaliteit moet zodanig zijn dat drinkwater kan worden gewonnen met eenvoudige, natuurlijke zuiveringsmethoden.
  • De stoffen in het Rijnwater mogen noch afzonderlijk, noch in onderlinge interactie nadelige effecten hebben op de levensgemeenschappen van planten, dieren en micro-organismen.
  • Verdere reductie van de accumulatie van gevaarlijke stoffen in planten, dieren en micro-organismen.
  • Geen overmatige productie van biomassa.
  • In de Rijn gevangen vis, schaal- en schelpdieren moeten onbeperkt geschikt zijn voor menselijke consumptie.
  • Baggerspecie moet gegarandeerd zonder schadelijke gevolgen kunnen worden gestort.
  • Er moet veilig kunnen worden gezwommen op daarvoor geschikte locaties in de Rijn.
  • Verdere vermindering van de verontreiniging van de Noordzee.

Aanpak en maatregelen

  1. Voortzetting van de reductie van lozingen, emissies en verliezen van voor de Rijn relevante stoffen met gebruikmaking van de bereikte stand der techniek en de beste milieupraktijk.
  2. Implementatie van de hieromtrent in de ICBR genomen besluiten.
  3. Actualisering van de lijst met voor de Rijn relevante stoffen en van de ICBR-doelstellingen overeenkomstig het allerlaatste kennisniveau en rekening houdend met de kwaliteitsdoelstellingen voor de prioritaire en prioritaire gevaarlijke stoffen van de KRW en de prioritaire stoffen van OSPAR.
  4. Implementatie van verderstrekkende maatregelen voor het realiseren van de doelstellingen voor de prioritaire en prioritaire gevaarlijke stoffen.
  5. Toepassing van de EG-richtlijnen die betrekking hebben op de waterkwaliteit, zoals de Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG), de IPPC-richtlijn (96/61/EG), de richtlijn over Stedelijk Afvalwater (91/271/EEG), de Nitraatrichtlijn (91/676/EEG), de Gewasbeschermingsrichtlijn (91/414/EEG) en de Biocidenrichtlijn (98/8/EG) draagt bij tot de verbetering van de waterkwaliteit.
  6. Verdere ontwikkeling van systemen voor de controle op lozingen in de overheid en de industrie, rekening houdend met zelfcontrole; ontwikkeling en toepassing van uniforme ecotoxicologische beoordelingsmethodes (zie ook activiteiten hieromtrent in het kader van OSPAR; van belang is in dit verband de algehele evaluatie van de lozingen van afvalwater).
  7. Verdere ontwikkeling van het Waarschuwings- en Alarmsysteem Rijn.
  8. Ondersteuning van een ecologisch materiaalgebruik in industrie en bedrijven, d.w.z. ontwikkeling van producten met een lager risico voor het milieu; sluiten van materiaalkringlopen, integratie van milieubescherming in de productie overeenkomstig de stand van de techniek (preventie: milieuvriendelijke producten, schone technologieën en geïntegreerde procesmaatregelen, milieuvriendelijke grond- en hulpstoffen, milieuvriendelijke bedrijfsvoering, milieuvriendelijk materiaalgebruik en onderhoud; hergebruik: sluiten van de kringloop binnen en buiten het productieproces; eventueel hergebruik na behandeling of zuivering van het afvalwater).
  9. Ontwikkeling van een beoordelingsmethode voor afzonderlijke maatregelen met het oog op mogelijke effecten op andere gebieden, met inbegrip van een multidisciplinaire beoordeling door deskundigen.
  10. Stimuleren van milieuvriendelijke vormen van landbouw, biologische landbouw, extensivering en het toevertrouwen van landschapsonderhoud aan de landbouw.

OSPAR

Het OSPAR-verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (1992) is een combinatie van en een aanvulling op de conventie van Oslo (1972) over het dumpen van afval in zee en de conventie van Parijs (1974) over de vervuiling van het mariene milieu door bronnen op het land. In de Sintra-verklaring (het communiqué van de ministersconferentie van de OSPAR-commissie in 1998) zijn doelen geformuleerd voor de bescherming van het mariene milieu uitgaande van een lijst met prioritaire stoffen.