Menu
Breadcrumb

Waterkringloop

Alle neerslag die in het Rijnstroomgebied valt, elke regendruppel, hagelkorrel en sneeuwvlok, komt vroeg of laat in de Rijn terecht en stroomt zo naar de Noordzee. Een deel van het water verdampt daar, vormt wolken en valt weer als neerslag naar beneden. Zo sluit de waterkringloop zich.

Hoe snel het water door de kringloop stroomt, hangt af van hoe lang het op weg naar de Noordzee wordt vastgehouden. Een deel van het regen- of smeltwater sijpelt weg in de bodem en stroomt als grondwater naar zee. Ook planten houden grote hoeveelheden water vast. Hetzelfde geldt voor gletsjers (in de vorm van ijs) en meren.

Dit alles zorgt ervoor dat de afvoer van de Rijn, en dus ook de waterstand in de Rijn, varieert in de loop van de seizoenen en daarbij afhankelijk is van neerslag, wateropname en het smelten van gletsjers en sneeuw. Laagwater en hoogwater in de Rijn horen dus bij de natuurlijke waterkringloop.