Menu
Breadcrumb

Watervogels

Heel wat watervogels vertoeven het hele jaar door aan de Rijn, maar voor bepaalde watervogels vormt de Rijn van het Bodenmeer tot de Rijndelta ook een belangrijk rust- en overwinteringsgebied.

In 2000 werd voor het laatst over de hele lengte van de Rijn het voorkomen van watervogels onderzocht. In november 1999 en in januari en maart 2000 werden 2,1 miljoen watervogels geteld, verdeeld over 42 soorten (in 1995 waren het er nog 1 miljoen verdeeld over 38 soorten.) 21 soorten werden van internationaal belang geacht en meer dan de helft van de vogels werd geteld aan de Duitse Nederrijn benedenstrooms van Bonn.

In november werden er bovendien grote aantallen watervogels gezien in en om het Bodenmeer. Veel watervogels zoeken de Hoog-, Boven- en Middenrijn vooral hartje winter, in januari, op. De soorten die bij de telling het talrijkst waren, waren de kolgans, de wilde eend, de kuifeend en de meerkoet. Planteneters (herbivoren) en soorten die zich voeden met in het water levende diertjes (benthivoren) waren het sterkst vertegenwoordigd.

Grasetende vogels, zoals de kolgans en de smient, waren vooral te vinden op de weiden aan de Duitse Nederrijn en in de uiterwaarden van het Deltagebied. In de ondiepe wateren aan het Bodenmeer, in de randmeren en in het IJsselmeer/Markermeer werden veel van waterplanten levende watervogels aangetroffen, zoals de knobbelzwaan en de krooneend. Dankzij het overvloedige voedselaanbod (in de vorm van driehoeksmosselen (Dreissena polymorpha)) leven hier echter ook veel benthivoren, zoals de kuifeend, de tafeleend en de toppereend. Visetende vogels waren duidelijk in de minderheid; er werden slechts twee belangrijke soorten aangetroffen: de fuut en de aalscholver.

Wist je dat ...

trekvogels zoals de kraanvogel tijdens hun migratie de Rijn volgen?