Menu
Breadcrumb

Verontreiniging van vissen met schadelijke stoffen

Vissen weerspiegelen de verontreiniging van het sediment en het gehele aquatische ecosysteem en geven met name een beeld van de accumulatie van contaminanten in de voedselketen.
In ICBR-rapport 195 wordt er een overzicht gegeven van de gegevens die de Rijnoeverstaten in de periode 2000-2010 hebben verzameld over de verontreiniging van de vissen in de Rijn en zijn zijrivieren met verschillende schadelijke stoffen.
Terwijl er in palingen in de gehele Rijn en veel van zijn zijrivieren, behalve in het Bodenmeer en een oude Rijnstrang, vaak hoge concentraties dioxinen, furanen en dioxineachtige PCB’s worden gemeten, zijn witvissen meestal veel minder zwaar verontreinigd. Bij alle onderzochte vissoorten schommelen de gehaltes sterk. De voornoemde verontreinigende stoffen stapelen zich in palingen het meest op als gevolg van het hoge vetgehalte van deze vissen. Verder is de verontreiniging echter niet soortspecifiek, maar afhankelijk van de belasting van het water op de bemonsteringslocatie en van de leeftijd en het vetgehalte van elke vis.

Grenswaarden voor indicator-PCB’s worden in de hoofdstroom van de Rijn, de Moezel en de Main soms overschreden in (oudere, vette) paling en brasem, maar niet in andere vissoorten. In de Rijndelta (sedimentatiegebied in de Waal en het Ketelmeer) is de verontreiniging van palingen met indicator-PCB’s duidelijk verminderd. Een vergelijkbare ontwikkeling doet zich voor in de Moezel en, in mindere mate, de Saar.

Ook de vervuiling door hexachloorbenzeen (HCB) neemt kennelijk af, vooral in de Rijndelta.

Uit onderzoek naar geperfluoreerde tensiden (PFT’s) is gebleken dat duidelijk verhoogde gehaltes perfluoroctaansulfonaat (PFOS) vooral worden gemeten in vissen uit de Rijn (Rijndelta, Duitse Nederrijn, Duits-Franse Bovenrijn, Hoogrijn). De trendanalyse in Nederland laat van de jaren zeventig tot het midden van de jaren negentig een toename en vervolgens een afname zien. Voor andere PFT’s liggen de waarden overal in het Rijnstroomgebied meestal onder de bepalingsgrens.
De daling van de kwikconcentraties in vissen uit de Rijn die werd waargenomen in de jaren tachtig en negentig heeft zich na 2000 niet doorgezet.

Het HCB in vissen en sediment is afkomstig van een ondertussen stilgelegde chemiefabriek in de buurt van Rheinfelden, waarin deze stof als bijproduct ontstond. Ook de PCB’s in sediment zijn het resultaat van een historische verontreiniging: PCB’s werden vroeger vooral toegepast in transformatoren en als remvloeistof.