Menu
Breadcrumb

Vissen

Sinds 1990 vindt er in het kader van het Rijnactieprogramma en het programma “Rijn 2020” van de ICBR regelmatig over de volledige lengte van de rivier uitgebreid biologisch onderzoek naar de visfauna plaats. Daarbij worden overal vergelijkbare criteria toegepast. Tijdens het onderzoek in 2006/2007 werd het programma voor het eerst uitgevoerd volgens de voorschriften in bijlage V van de EG-Kaderrichtlijn Water (KRW), en ingebed in een cyclus van zes jaar.
Een aantal soorten wordt ook onderzocht op hun verontreiniging met schadelijke stoffen.

Uit de laatste inventarisatie van de vissen in de Rijn in 2012/2013 is gebleken dat er weer 67 vissoorten voorkomen in de rivier. Veel vissen, zoals de zalm, de zeeforel, de zeeprik en de rivierprik, zijn teruggekeerd. De houting is met succes geherintroduceerd en in 2013 is er in de nieuwe vispassage in de Moezel te Koblenz voor het eerst een elft gezien. De elftpopulatie in de Rijn was als gevolg van overbevissing en waterverontreiniging ingestort. Van de vissoorten die vroeger typisch waren voor de Rijn ontbreekt op dit moment alleen nog de steur.

Er hebben zich ook nieuwe, uitheemse soorten gevestigd in het Rijngebied: de afgelopen jaren is het soortenbestand aangevuld met vier grondelsoorten uit de Zwarte Zee. In ICBR-rapport 208 “Uitheemse grondelsoorten in het Rijnsysteem” wordt er een overzicht gegeven van de grondels die op dit moment voorkomen in het Rijnsysteem, en worden de mogelijke effecten van hun aanwezigheid in het ecosysteem samengevat. Nieuw in de soortenlijst is ook de zeebaars, die af en toe vanuit de Noordzee de riviermondingen intrekt. De belugasteur, de beekridder en de zilverkarper worden sinds het onderzoek in 2000 niet meer aangetroffen. Soorten die relatief weinig eisen stellen (blankvoorn, brasem, kopvoorn, rivierbaars, alver, pos) domineren de soortengemeenschap. De populaties van de roofblei, een predator, zijn duidelijk gegroeid en hebben zich verspreid over de rivier.

De meeste vissoorten worden aangetroffen in de Duits-Franse Bovenrijn en in de Rijndelta inclusief het IJsselmeer, waar ook een aantal mariene soorten en brakwatersoorten voorkomt. Het armst aan soorten is de Alpenrijn, onder andere als gevolg van de natuurlijke omstandigheden. Toch kan er noch in de loop van de rivier, noch in de ontwikkeling sinds het midden van de jaren negentig van de twintigste eeuw een duidelijke trend worden ontdekt in het aantal soorten. De abundanties en biomassa’s zijn overal relatief laag. De huidige kwaliteit van het Rijnwater is voor de visfauna geen beperkende factor.

Dit biologische kwaliteitselement wordt behandeld in ICBR-rapport 228 “Monitoring van de visfauna in de Rijn in 2012/2013”.

 

Der Salm

Ein Rheinsalm schwamm den Rhein bis in die Schweiz hinein.

Und sprang den Oberlauf von Fall zu Fall hinauf.

Er war schon weißgottwo, doch eines Tages – oh! –

da kam er an ein Wehr: das maß zwölf Fuß und mehr!

Zehn Fuß – die sprang er gut! Doch hier zerbrach sein Mut.

Drei Wochen stand der Salm am Fuß der Wasseralm.

Und kehrte schließlich stumm Nach Deutsch- und Holland um.

Christian Morgenstern (1910)